De moestuin als het symbool voor lokale voedselproductie

Mijn oudste zoon wilde per se een moestuin. Ik dacht dat het een bevlieging was, maar hij bleef volhouden. Die moestuin moest en zou er komen en ik ging overstag. Vol overgave deed hij research op YouTube en langzaam bouwde hij onze keuken om tot een kraamkamer voor ontkiemende avocadopitten, aardappels, sla, broccoli en paprika. Hij praatte de planten letterlijk de hoogte in. Vol verbazing en verwondering keek ik toe.

Blijkbaar waren wij niet de enige familie, die in de afgelopen weken aan het moestuinieren was geslagen. Reuters en BBC meldden dat er in Amerika en Engeland een exponentiële groei was van het aantal ‘home growers’. Niet per se door de obsessie van hun kinderen, maar doordat ze waren geschrokken van de lege schappen in hun supermarkt. Ineens drong het tot hen door hoe afhankelijk ze zijn van een kwetsbaar distributiesysteem.

In Nederland merkten we dat ook. Wij hadden misschien geen lege schappen, maar vernietigden wel allerlei oogsten. Ook in andere landen had men daarmee te maken. In Spanje werd 300.000 ton aardbeien vernietigd, in Frankrijk 1 miljard liter wijn en in de VS lagen de hoeveelheden nog hoger. 

Tegelijkertijd groeide – en groeit – het aantal mensen met honger wereldwijd gigantisch. In Libanon riep de regering burgers bijvoorbeeld op om elk beschikbaar stukje land of balkon te gebruiken om groente en fruit te verbouwen. De prijzen in de winkel waren door de economische crisis zo gestegen, dat heel veel mensen geen geld meer hadden om boodschappen te doen. Moestuinieren werd daardoor ineens bittere noodzaak.

Dat er een mismatch is tussen overschot en tekorten is niet nieuw, maar het werd wel weer heel zichtbaar. Net als de complexiteit en kwetsbaarheid van het distributiesysteem, doordat al die producten de hele wereld over worden gesleept. Kan dat niet anders? 

Een antwoord op die vraag heb ik niet, maar ik denk dat kleinschalige innovaties in de landbouw wel aan oplossingen kunnen bijdragen.  Denk aan steden, zoals Bangkok, waar lokaal voedsel wordt geproduceerd op rooftops, aan New York met vertical farms in leegstaande gebouwen, en in London zelfs onder de grond. Supermarkten met hun eigen rooftop boerderij in België, community gardens in een voedselbos in Atlanta of een melkveehouder in Twente, die ook soja melk gaat produceren. De gemene deler is dat door deze initiatieven duurzaam- en lokaal voedsel wordt geproduceerd in of vlak bij grote steden. Dat zal in de toekomst wel eens een heel groot verschil kunnen maken. 

Ondertussen blijf ik mijn zoon daarom maar gewoon helpen om zijn moestuin verder te ontwikkelen, want ik heb een vermoeden dat die kennis hem later wel eens heel goed van pas kan komen.

*****
Asceline Groot is ondernemer bij hetkanWEL, schrijfster van ‘Het Nieuwe Groen’ en PhD kandidaat aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In haar columns schrijft zij over (start-up) sociale ondernemingen en trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid.